Kerstballen uit de jaren 60: hoe ze eruitzagen en hoe je ze dateert

Misschien staat er bij je ouders of grootouders nog een doos op zolder met kerstballen die net iets anders glanzen dan die van nu. Dunner glas, een verweerd kapje, strepen die met de hand zijn aangebracht. Grote kans dat een deel daarvan uit de jaren 60 komt, het decennium waarin kerstversiering kleurrijker en speelser werd dan ooit daarvoor.


Hieronder lees je hoe kerstballen uit de jaren 60 eruitzagen, hoe ze verschillen van die uit de jaren 50 en 70, waar ze vandaan kwamen en hoe je zelf een oude bal ongeveer dateert. Ook lees je wat ze vandaag waard zijn en hoe je ze combineert met je huidige boom.

Waarom kerstballen uit de jaren 60 zo herkenbaar zijn

Wie een paar vintage kerstballen naast elkaar legt, pikt de jaren 60 er vaak zo uit. Dat komt niet door één kenmerk, maar door de combinatie. Het glas is dun en licht. De kleuren zijn fel en zitten vaak in strepen of vlakken naast elkaar. En het zilver aan de binnenkant geeft ze een spiegelende glans die je bij veel moderne ballen niet meer ziet.


Daarnaast was het een tijd waarin de kerstboom veranderde. In de Verenigde Staten kwamen zilveren aluminium kerstbomen op, die werden verlicht door een draaiende kleurenschijf. Daarbij hoorden dunne glazen ballen in felle basiskleuren. Die sfeer zie je terug in de ballen zelf: speels, soms een beetje uitbundig, maar nog steeds van glas en met de hand afgewerkt.



Juist daarom zijn ze nu zo gewild. Ze voelen vertrouwd voor wie ermee is opgegroeid, en ze vallen op tussen de strakke, effen ballen die je in de meeste winkels vindt.

Kopje latte met latte art op een schoteltje en een lepel.

De jaren 50: na de oorlog weer kleur

Witte koffiekop met het logo van

Om de jaren 60 te begrijpen, moet je even terug. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren zilver en andere metalen nodig voor de oorlogsindustrie. Verzamelaars in de Verenigde Staten beschrijven hoe kerstballen uit die tijd daardoor vaak onverzilverd waren, soms met een plukje lametta aan de binnenkant voor wat glans. Tegen het einde van de oorlog verdwenen zelfs de metalen kapjes en kwamen er kapjes van karton of papier voor in de plaats.


In de jaren 50 kwam de kleur terug. Rood, zilver, blauw en groen bleven de favorieten, maar er kwamen ook nieuwe tinten bij, zoals neonroze en turquoise. Strepen werden populair, net als stippen en bloemetjes die met een sjabloon of met de hand op de bal werden gezet. Kijk je naar ons eigen assortiment, dan zie je dat terug: een stippenbal, een groen gestreepte bal en een bloemetjesbal, allemaal uit de jaren 50.



Opvallend is dat er in de jaren 50 al kunststof ballen bestonden. In onze collectie staat bijvoorbeeld een kunststof bal in paars en goud uit dat decennium. Plastic was dus niet alleen iets van de jaren 70, al werd het daarna wel veel gewoner.


Zo zagen kerstballen uit de jaren 60 eruit


Een typische kerstbal uit de jaren 60 herken je aan een paar dingen. Het zijn niet allemaal harde regels, maar samen geven ze een goed beeld.


  • Fel en contrasterend. Blauw met rood en wit, paars met roze, groen met goud. Kleuren werden niet zacht op elkaar afgestemd, maar juist naast elkaar gezet zodat ze elkaar versterkten.
  • Strepen die rond de bal lopen. Verticaal of horizontaal, vaak in wit of in een tweede kleur. De strepen zijn met de hand aangebracht, dus ze zijn zelden helemaal gelijk.
  • Glitter en suikerlaag. Veel ballen kregen een rand of patroon van glitter, soms zo grof dat het lijkt alsof er suiker op zit. Vandaar de naam gesuikerd.
  • Tekst en beeld. Ballen met een opschrift zoals Stille Nacht, of met een klein figuurtje zoals een kerstpop, waren in deze tijd populair.
  • Dun glas met een spiegelende binnenkant. Houd een bal tegen het licht en je ziet hoe dun het glas is. De verzilvering aan de binnenkant zorgt voor de diepe glans.



Een goed voorbeeld uit onze collectie is een blauwe bal met rode en witte strepen uit de jaren 60. Andere voorbeelden zijn een groene bal met drie gesuikerde boompjes, een bal in groen en goud en een bal met het opschrift Stille Nacht.

Vormen en figuren: meer dan alleen een bal


In de jaren 60 hing er veel meer in de boom dan ronde ballen. Figuren van glas waren populair en werden in allerlei vormen geblazen. Denk aan kleine kerstboompjes, bloemen, druiven, vissen, klokjes en lantaarntjes. Vaak werden ze in een mal geblazen, zodat er reliëf in het glas ontstond, en daarna verzilverd en met glitter afgewerkt.


In onze collectie vind je uit dit decennium onder meer een zilveren kerstboompje van 9 centimeter, een gouden bloem, een transparante visbal en een gezichtje van 12 centimeter. Die laatste is een goed voorbeeld van hoe speels deze tijd was: een ornament met een karakter, niet alleen een glimmende bol.


Een handig weetje als je zelf gaat zoeken: in de jaren 50 en 60 werkten veel makers nog met oude mallen. Een figuur kan dus een vorm hebben die al tientallen jaren eerder bestond, terwijl de kleur en de afwerking juist echt uit de jaren 60 komen. Kijk daarom niet alleen naar de vorm, maar ook naar de verf, het kapje en de glitter.

Witte koffiekop met het logo van

Deukballen en gesuikerde randen

Een van de bekendste typen uit deze periode is de deukbal. Dat is een glazen bal waarin een of meer holtes zijn gedrukt terwijl het glas nog zacht was. Door de verzilvering aan de binnenkant werkt zo'n deuk als een klein spiegeltje dat het licht van de kerstboom terugkaatst. In het Engels heten ze daarom ook wel reflectors.


Deukballen werden in de jaren 50 populair, en ook uit de jaren 60 kom je ze nog volop tegen, zoals de deukpegels in onze collectie. Je ziet ze in allerlei varianten: met één grote deuk, met drie deuken rondom, of als pegel met een deuk. Vaak zit er een gesuikerde rand van glitter omheen, en soms is de holte zelf in een andere kleur gespoten dan de rest van de bal.


Wil je zien hoeveel variatie er is, kijk dan eens bij onze oude deukballen en deukpegels. Daar staan exemplaren uit verschillende decennia naast elkaar, wat meteen laat zien hoe de stijl veranderde.


De jaren 70: satijn, plastic en andere kleuren

Witte koffiekop met het logo van

In de jaren 70 veranderde het kleurenpalet. De felle basiskleuren maakten plaats voor aardse tinten, zoals mosterdgeel, avocadogroen en bruin. Daarnaast kwamen er ballen van ander materiaal. Een bekend voorbeeld is de satijnen bal: een bolletje van schuim dat werd omwikkeld met glanzende draad. Ze zijn licht, breken niet en hebben een zachte glans die heel anders is dan die van glas.


Kunststof ballen werden in deze tijd gewoner, en ook de vormen werden eenvoudiger. In onze collectie zie je dat terug in een platte kerstbal en een bal met muzieknoten uit de jaren 70 en 80. Ze zijn eenvoudiger van afwerking dan de ballen uit de jaren 60 en daardoor ook een stuk goedkoper.



Het verschil tussen de jaren 60 en 70 zie je dus vooral aan de kleur en het materiaal. Is het fel glas met strepen en glitter, dan zit je eerder in de jaren 60. Is het satijn, kunststof of een aardse tint, dan eerder in de jaren 70.


Waar kwamen deze kerstballen vandaan?


De glazen kerstbal komt oorspronkelijk uit Lauscha, een dorp in Thüringen in Duitsland. Daar werden in de eerste helft van de negentiende eeuw de eerste glazen kerstornamenten geblazen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam Lauscha in Oost-Duitsland te liggen. De particuliere werkplaatsen werden daar samengevoegd tot coöperaties onder staatstoezicht, en de ornamenten gingen de wereld over met een stempel Made in GDR.


Kom je dat stempel tegen op een kapje, dan weet je dus vrij zeker dat de bal uit Oost-Duitsland komt en na de oorlog is gemaakt. Ook in Tsjechië werd kerstversiering van glas gemaakt, zoals de fijne kraaltjesversiering uit Gablonz. Voor een deel van de ballen is de precieze herkomst niet meer vast te stellen, zeker als het kapje ontbreekt of de doos al lang weg is.


Wil je weten hoe je echt oude ballen onderscheidt van nieuwe exemplaren die oud gemaakt zijn, lees dan ook hoe je antieke kerstballen herkent. Daar gaan we dieper in op namaak en kunstmatige veroudering.


Zo dateer je een oude kerstbal zelf


Precies bepalen uit welk jaar een kerstbal komt, lukt bijna nooit. Een decennium inschatten kan wel. Loop deze punten langs:


  1. Kijk naar het kapje. Een kapje van karton of papier wijst op de oorlogsjaren of kort erna. Een metalen kapje met een stempel zoals Made in GDR vertelt je iets over de herkomst en plaatst de bal in de periode na 1949.
  2. Bekijk de binnenkant. Is de bal niet verzilverd en helder van binnen, dan kan hij uit de oorlogsjaren komen. Is hij diep verzilverd en spiegelend, dan is hij eerder van later.
  3. Let op het kleurenpalet. Rood, zilver, blauw en groen zijn van alle tijden. Neonroze en turquoise wijzen eerder op de jaren 50. Felle contrasten met strepen passen bij de jaren 60. Mosterdgeel en avocadogroen horen bij de jaren 70.
  4. Voel het materiaal. Dun, licht glas is typisch voor deze periode. Een zachte, glanzende draad over schuim is een satijnen bal, en die komt meestal uit de jaren 70.
  5. Kijk naar de afwerking. Strepen en figuren die met de hand zijn aangebracht zijn zelden helemaal gelijk. Te strakke, identieke patronen wijzen eerder op een moderne bal.
  6. 

Twijfel je dan nog, bedenk dan dat oude mallen lang zijn gebruikt. De vorm zegt dus minder dan de kleur, het kapje en de afwerking samen.

Witte koffiekop met het logo van

Wat is een kerstbal uit de jaren 60 waard?

De meeste kerstballen uit de jaren 60 zijn geen kostbare verzamelobjecten, maar ze hebben wel degelijk waarde. Op Marktplaats stonden op 19 september 2026 101 advertenties voor kerstballen uit de jaren 60, met vraagprijzen van 1 tot 50 euro en een gemiddelde van rond de 12 euro. Dat zijn vaak losse ballen of hele dozen van zolder, in wisselende staat.



Bij een gespecialiseerde winkel betaal je meer, omdat de ballen zijn uitgezocht en gecontroleerd. In onze eigen collectie liggen de prijzen voor ballen uit de jaren 60 grotendeels tussen ongeveer 12 en 23 euro. Bijzondere figuren zijn duurder: het gezichtje van 12 centimeter kost 69 euro.


Wat een bal meer waard maakt:

  • Een gave verzilvering zonder kale plekken.
  • Een origineel kapje dat er nog stevig op zit.
  • Een bijzondere vorm, zoals een figuur, een gezichtje of een grote deukbal.
  • Weinig slijtage aan de verf en de glitter.
  • De originele doos, zeker als die nog leesbaar is.

Scheurtjes, afgebladderde verf en een los kapje halen de waarde flink omlaag. Voor een verzamelaar telt de staat vaak zwaarder dan de leeftijd.

Jaren 60 in je kerstboom van nu

Witte koffiekop met het logo van

Je hoeft geen complete retroboom te maken om van deze ballen te genieten. Een handvol ballen uit de jaren 60 tussen je gewone kerstballen is al genoeg om je boom een eigen karakter te geven. Een paar ideeën:


  • Kies één kleur als basis. Heb je veel zilver in je boom, hang daar dan een paar felblauwe of rode gestreepte ballen tussen. Ze springen er dan meteen uit.
  • Hang ze op ooghoogte. Het handwerk en de glitter zie je het best van dichtbij. Onderin of bovenin de boom vallen ze minder op.
  • Combineer met warm licht. Oude verzilvering komt het mooist tot zijn recht bij warmwit licht. Koud, blauwig licht maakt de kleuren vlakker.
  • Mix decennia bewust. Een deukbal uit de jaren 50, een gestreepte bal uit de jaren 60 en een glazen figuur doen het goed samen, omdat ze allemaal dat handgemaakte karakter delen.



Zoek je nog ballen om je verzameling aan te vullen? In onze collectie vintage kerstballen staat bij elke bal uit welk decennium hij komt, zodat je gericht kunt kiezen.

Zuinig zijn op je oude kerstballen


Het dunne glas van de jaren 60 is kwetsbaarder dan het meeste glas van nu. Een paar gewoontes helpen om ze nog lang mee te laten gaan.

  • Til een bal op aan het glas zelf en niet aan het kapje. Oude kapjes zitten soms los.
  • Maak ze niet nat. Water kan de verzilvering aan de binnenkant aantasten als het via het gaatje naar binnen loopt. Een zacht kwastje is genoeg om stof weg te halen.
  • Bewaar ze los van elkaar in vakjes of in zacht papier, zodat ze niet tegen elkaar tikken.
  • Zet de doos op een droge plek zonder grote temperatuurverschillen, dus liever niet op een koude zolder of in een vochtige schuur.